content
Vorige

Gezicht van de Leuvebrug op de Nieuwe Hoofds Poort te Rotterdam


  • Nummer:
    4080_VII-248
  • Documentsoort:
    Tekening of prent
  • Archief/Collectie/Serie:
  • Vervaardiger:
  • Beschrijving:
    Het zuidelijk deel van de Leuvehaven gezien uit noordelijke richting. Links, met torentje, de brouwerij De Twee Witte Klimmende Leeuwen. Rechts de westzijde van de Leuvehaven. In de verte de Ooster en de Wester Nieuwehoofdpoort en molen De Pelikaan. Het schip links aan de kade draagt een naam (in tegenstelling tot hetzelfde schip op de andere tekeningen van deze groep): `Ida Johanna’. Rechts ligt een schip met een rood-wit gestreepte en geblokte vlag, die van Bremen.
  • Datering:
    1/1/1795-31/12/1795 (Exact)
  • Beschreven persoon / organisatie:
  • Trefwoorden:
  • Auteursrechthouders:
    Vrij van auteursrechten
  • Raadpleegbeperking:
    Nee
  • Nummer:
    Definitief nummer VII 248

  • Verschijningsvorm:
    Fotonegatief G 8402


  • Verschijningsvorm:
    CD 103-74


  • Afmeting:
    Hoogte: 47 cm
    Breedte: 65 cm
  • Zwart/wit of Kleur:
    Kleur

  • Aantekeningen:
    Literatuur: Gerrit Groenewegen. Tekenaar van Rotterdam, 1754-1826 (Tentoonstellingscatalogus Gemeentearchief Rotterdam, 1976), p. 68, nr. 100.
    De avonturen van het afgebeelde schip Ida Johanna worden beschreven in: P. Ratsma, `De scheepstekenaar Gerrit Groenewegen', in: Mededelingen van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis, 35 (dec. 1977), p. 12-27.
    Vijf tekeningen in GAR hebben in grote trekken dezelfde voorstelling: RI 396, RI 397, RI 398, VII 243 en VII 248. Alleen VII 248 is gesigneerd en gedateerd 1795. Mogelijk is de pentekening VII 243 het ontwerp voor de andere, ingekleurde tekeningen.
    Een serie van vier tekeningen van Gerrit Groenewegen: III 82, III 83, VII 399 en VII 248 (veilingnrs. 331, 333, 342 en 350), is in 1902 aangekocht op de veiling van de collectie-P.J. Cantzlaar. In 1860 was deze serie door Cantzlaar gekocht op de veiling van de collecite W. Baartz (port. A 26). Dezelfde serie werd waarschijnlijk in 1840 door A. Lamme aangekocht uit de collectie van Gerrit van der Pals (port. B nrs. 26, 25, 24 en 23).